In de periode december 2002 tot en met oktober 2004 heeft het Kenniscentrum AKB in samenwerking met elf beroepsorganisaties consensus bereikt over terminologie en indeling van klachten van arm-nek-schouder. Dit is een wezenlijke eerste stap voor het efficiënter en effectiever behandelen van deze aandoeningen door medici en paramedici.
Onderaan deze pagina is het gehele CANS model te downloaden.
RSI aan vervanging toe
RSI heeft in de praktijk een groot aantal nadelen. Voor patiënten heeft RSI een negatieve lading. Daarbij schept de term verwarring: het gaat veelal niet om een 'injury'. Bovendien kan niet alleen 'repetitive strain' maar ook statische belasting de klachten veroorzaken. Naast RSI worden nog vele andere termen gebruikt voor arm-, nek- en/of schouderklachten en zijn vele definities en indelingen in omloop.
Het heeft geleid tot spraakverwarring onder zowel behandelaars als patiënten. Het spreken van dezelfde taal is een eerste vereiste voor goede samenwerking. Maar ook voor het vergelijken van wetenschappelijk onderzoek is eenduidige taal van belang. Kortom, de term RSI kan in de ban gedaan worden.
Naar een multidisciplinaire consensus
Een panel van 46 afgevaardigden van elf medische en paramedische beroepsorganisaties heeft zich gebogen over een nieuwe naam, definitie en indeling van arm-, nek- en/of schouderklachten, die voor alle beroepsgroepen bruikbaar is. Startpunt van het proces was een multidisciplinaire werkconferentie. De uitkomsten zijn vervolgens verder uitgewerkt in een Delphi-onderzoek, waarbij aan het panel vragen zijn voorgelegd. Via herhaalde terugkoppeling van de antwoorden op de vragen is consensus bereikt.
Het CANS model
Er is overeengekomen de klachtengroep voortaan aan te duiden als CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). Volgens de daarbij opgestelde definitie zijn dit klachten van het bewegingsapparaat in arm, nek en/of schouder, die niet veroorzaakt worden door een acuut trauma of een systemische aandoening. CANS is een omschrijving van een klachtencomplex. Het is GEEN diagnose.
Het CANS model laat zien dat de klachten in te delen zijn in specifieke en a-specifieke CANS. Een aandoening is specifiek als deze te diagnosticeren is. Dit betekent dat op basis van onderscheidende kenmerken de diagnose reproduceerbaar gesteld kan worden. Op deze wijze heeft het panel 23 aandoeningen als specifieke CANS benoemd*. Ze worden als afzonderlijke aandoeningen benaderd en behandeld en dus niet als één grote groep van klachten gezien. Als een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, wordt gesproken van a-specifieke CANS.
Voor wie?
Het CANS model is bedoeld voor alle medici en paramedici die patiënten met klachten in de arm, nek en/of schouderregio behandelen en voor patiënten met deze klachten.
Betekenis voor de praktijk
Het containerbegrip RSI kan worden losgelaten. Door het gebruik van dezelfde terminologie en indeling zullen behandelaars elkaar beter begrijpen en verbetert de multidisciplinaire samenwerking. De patiënt zal hier de voordelen van ervaren: door betere communicatie kan sneller de juiste behandeling worden ingezet. De consensus is hiertoe de eerste stap.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Harald Miedema, e-mail: h.miedema@erasmusmc.nl, telefoon (010) 4632000.
* specifieke CANS:
01 Bicepspees tendinose
02 Bursitiden rond de elleboog
03 Carpaal tunnelsyndroom
04 Cervicale hernia
05 Cubitaal tunnelsyndroom
06 M. Dupuytren
07 Epicondylitis lateralis cubiti
08 Epicondylitis medialis cubiti
09 Frozen shoulder
10 Guyon kanaalsyndroom
11 Instabiliteit van de schouder
12 Instabiliteit van de elleboog
13 Scheur in het labrum glenoidale
14 Lokale artritis (geen RA) in een gewricht van de bovenste extremiteit
15 Oarsman's wrist
16 Radiaal tunnelsyndroom
17 Raynaud's fenomeen
18 Rotator cuff scheuren
19 Subacromiaal impingementsyndroom (rotator cuff syndroom, tendinosen en
bursitiden rond de schouder
20 Sudeckse dystrofie
21 Suprascapulaire compressie
22 Triggerfinger
23 Ziekte van De Quervain